Behorend tot het grootste tramnet ter wereld was de Blauwe Tram van de NZH een begrip en zeer populair.
In de jaren na de Tweede Wereldoorlog had materiaalvernieuwing moeten plaatsvinden. Een deel van het materieel was verouderd of versleten en diende vervangen te worden. De "Boedapester" echter was nog steeds up-to-date en had slechts revisie nodig.
NS-stiefdochter
Echter, al dat moois werd afgeschreven en de opheffing van het tramlijnennet aangekondigd. Het beleid in die tijd werd bepaald door de Nederlandse Spoorwegen, waar de NZH een (stief)dochter van was. Ondanks brede protesten, ook door gemeentebesturen, werd de overgang naar bussen ingezet.
De geschiedenis heeft geleerd wat een enorme kapitaalvernietiging heeft plaatsgevonden, dat de exploitatie er niet efficiënter op is geworden en dat de beslissing tot opheffen achteraf zwaar te betreuren viel.
Wat bleef bestaan is de nostalgie over die legendarische blauwe tram, de Boedapester.
NZH-remise
Opa had bij de NZH gewerkt en mijn vader werkte bij de NZH. In de na-oorlogse jaren was er grote woningnood. Mijn ouders woonden daarom in bij mijn grootouders, in één van de woningen die de NZH voor zijn werknemers had laten bouwen. Wij woonden in de Geweerstraat, achter de Leidsevaart, in Haarlem. Onze achtertuin grensde aan de NZH-remise; tijdens de middagpauze hoorde je dat de mannen aan het schaften waren.
Viaduct
Als peuter mocht ik mee met mijn opa, die gepensioneerd was, in de bollenmand op de voordrager van zijn fiets, naar zijn volkstuin. Opa was van huis uit hovenier, later bij de NZH gaan werken en nu dus weer tuinman.
Zijn volkstuin was gelegen op een markante plek, onder aan de dijk waarover de tramlijn naar Zandvoort voerde, voor deze via het viaduct de spoorlijn Haarlem-Leiden kruiste.
Vanuit de tuin zag ik steeds hoog boven mij de trams naar en van Zandvoort passeren. Dat was kennelijk indrukwekkend want ik herinner me het, ruim zestig jaar later, nog steeds.
Tramstellen koppelen
Als kleuter ging ik naar de kleuterschool van juf Bollebakker, twee huiskamerlokalen aan de Leidsevaart. De straat uit, Kogelstraat in, links af en je was er. De trams werden voor de deur aan- en afgekoppeld.
Ambachtelijke tram
Mijn vader was timmerman en dat vond hij een mooi beroep, want hij kon werken aan de Boedapesters. De Boedapester was een zeer ambachtelijk geproduceerde tram door de firma Ganz en Co in de Hongaarse hoofdstad, vandaar zijn bijnaam. Ze hadden een luxe uitstraling met een interieur dat bestond uit koperen ornamenten, donker teakhout en banken bekleed met rode pluche, waardoor ze wel eens door de liefhebbers de Oriënt-Express onder de trams werden genoemd.
Tram-trein
Het was een robuuste tram met afgeronde hoeken en drie stevige koplampen. Ze reden vaak in een formatie van drie wagens: een motorwagen in het midden en aan de uiteinden een stuurstandrijtuig.
Een tram-trein, die op de eindpunten niet hoefde te keren. In die samenstelling werd een buitengewone topsnelheid bereikt van 80 kilometer per uur. De lijn Amsterdam-Haarlem-Zandvoort was uitgevoerd als smalspoor om behendiger de smalle binnensteden te kunnen doorkruisen. Dat smalspoor én die topsnelheid zorgden voor een slaapwiegende rit, zeker na een zonnig stranddagje. De conducteur kon alleen maar buitenom van de ene wagen in de andere stappen en dat was een stoere activiteit, zeker op snelheid of bij slecht weer.
De laatste rit
Vanwege groeiend autoverkeer besloot de gemeente Amsterdam de tram uit het straatbeeld te halen. Op 31 augustus 1957 reed de laatste tram van Amsterdam naar Haarlem. Bij de laatste rit hingen Amsterdammers bloemenkransen op de Boedapester, liepen velen zingend “We gaan naar Zandvoort, aan de zee!” met de laatste rit mee en zong een groot conducteurskoor in Haarlem het 'tramrequiem’.
Bij aankomst in de Haarlemse remise bleken souvenierjagers hun aandenken aan de tram al te hebben veiliggesteld. Daarop demonteerde mijn vader de tramfluit die voor het laatst zijn kenmerkende hoge hese geluid in de hoge Amsterdamse binnenstad had laten horen. Het was een koperen pijp van ongeveer 25 cm die jaren opgeborgen bleef, tot mijn vader hem kon schenken aan het NZH-bedrijfsmuseum dat de enige aan de sloop ontsnapte Boedapester, de B464 (ex B412) ging restaureren.
Laatste Boedapester
De gerestaureerde Boedapester, die bij oudere Nederlanders kennelijk nog steeds nostalgische gevoelens oproept, is inmiddels het pronkstuk van het NZH vervoersmuseum in Haarlem. Dat de Boedapester, nu al meer dan een halve eeuw verleden tijd, bij het publiek zeer geliefd was, blijkt uit vele publicaties, ook nu nog op internet.
Verrassing
Tijdens onze fietszwerftocht Midden Europa 2010 lunchten wij op de Donau-promenade in Boedapest.
Volkomen onverwacht, maar tot grote vreugde en verwondering passeerde op de meest prominente tramlijn van de stad een ruim honderdjarige tram van Ganz.
Wie zijn rijdend erfgoed koestert kan er een mensenleven lang van genieten.
Het is onze museum Boedapester helaas niet vergund nogmaals zijn sporen te trekken; zijn railnet is effectief ontmanteld.